• 1
  • 2

Wat Qadash gelooft over de mens

 

Puntsgewijs samengevat kunnen we vanuit christelijk perspectief het volgende opmerken over de mens, in relatie tot hulpverlening:

 

  1. hij is een geestelijk-psychosomatische eenheid - je kunt spreken over holistisch-dualisme: ‘lichaam’, ‘ziel’ en ‘geest’ spelen een rol in de hulpverlening
  2. de persoonskern van de mens wordt aangeduid met de term ‘hart’; hier voltrekken zich de diepste beslissingen (zoals vóór of tegen God) en hier bevindt zich ook de bron van iemands wereldbeschouwing. Rondom het hart van de mens en aangaande worldviews is er sprake van geestelijke strijd.
  3. de mens is met zijn ‘geest’ aangelegd op God, dit zou in principe aandacht moeten (kunnen) krijgen in de hulpverlening
  4. een mens kan ernstig geestelijk beschadigd raken door zich (soms buiten eigen schuld) in te laten met occulte machten en/of te persisteren in zonden; veelal heeft dit een negatieve uitwerking op iemands voelen, denken en lichamelijke gezondheid die niet via de hulpverlening gediagnosticeerd en verholpen kan worden à op dit punt is samenwerking nodig met een team bevrijdingspastoraat
  5. de mens is afhankelijk van God, en tegelijk zelfstandig: leren omgaan met deze twee ‘polen’ is van belang voor cliënten c.q. hulpverleners
  6. de mens is niet bedoeld autonoom te zijn in religieuze en ethische zin (contra Freud, Maslow, Rogers, HPM, etc.)
  7. de mens is verantwoordelijk naar God en mensen toe (en mag deze verantwoordelijkheid niet afwentelen op andere mensen, op God of op geestelijke machten buiten hem): hierin groeien kan een thema zijn binnen de hulpverlening
  8. de mens is ‘tweezaam’: hij heeft andere mensen nodig; de hulpverlening sluit hierop aan
  9. de mens is geschapen naar Gods beeld: dit maakt elke cliënt, hoezeer ‘beschadigd’ ook, per definitie uniek en oneindig waardevol
  10. de mens is geen in meerdere of mindere mate geëvolueerd ‘dier’ (contra het [neo-]darwinisme en sociaaldarwinisme); ook geen ‘engel’ of god-in-wording (contra de New Age-beweging en C.G. Jung); evenmin een ‘computer’ (contra de trend van ‘computerantropologie’)
  11. God werkt aan het herstel van het ‘beeld Gods’ dat de mens (cliënt) is: hulpverlening speelt hier een rol in
  12. zonde en vernieuwing zijn beide dynamische realiteiten, ook in het hulpverleningsproces. Een volledig herstel van lichaam, ziel en geest bij cliënten treedt helaas niet altijd op. Wel mogen wij uitzien naar een toekomst waarin geen pijn en ziekte meer zal zijn.

Deze stellingen zijn opgeschreven door drs. R.J.A. Doornebal.

Klik hier voor het volledige document.

AfdrukkenE-mail